• Bewerk

¨ Studenten Lexion ¨

 

 
A
Ab-Actis: praesidiumlid dat instaat voor de correspondentie.
Ad Fundum: letterlijk ‘tot op de bodem’ je pint in één teug leeg drinken.
Afzuiper: iemand die continu kameraden om een pint of sigaret vraagt en zelf nooit trakteert.
Academisch kwartier: ongeschreven wet waarbij het toegelaten is de campus te verlaten wanneer een docent na een kwartier nog niet komt opdagen.
Ancien: ouderejaars, afkomstig uit de Belgisch-Franse soldatentaal.


B
Bak: centrale ruimte in een cantuszaal, hier worden speechen gegeven, straffen uitgevoerd, e.a., soms ook ‘kan’genoemd.
Bier: alcoholische drank, verkregen door het vergisten van een water -en moutoplossing. Het wordt gearomatiseerd met hop.
Bierimpotent: verbod tot bier drinken.
Biet: student die niet gedoopt is bij een club.
Bissen: studiejaar voor de eerste keer overdoen.
Blokken: aan één stuk door hard studeren. Oorspronkelijk betekende het: een blok over de akker slepen, dus hard werken.
Boemelen: kroeglopen, uitgaan.
Brossen: spijbelen, college niet bijwonen.
Boula: een pint tussen de benen opdrinken.


C
Cantus:

belangrijkste studentenactiviteit met als hoofddoel verbroedering door het gezamenlijk zingen van studentenliederen, een bepaalde mate van bierverbruik helpt om in de juiste sfeer te komen.

Codex: bijbel van de student, boekje waarin men alle studentenliederen terugvindt. In de codex wordt door vrienden, kennissen of "ontmoetingen" op cantussen een persoonlijke boodschap geschreven die dikwijls pas enkele cantussen later gevonden worden. Daarom is een codex enorm persoonlijk en het verdwijnen ervan een ernstige teleurstelling.
College: theoretische les, hoorzitting, klasvak.
Commilitones: leden van een club of kring, op een cantus mogen zij in de corona zitten.
Corona: de plaats waar ouderejaars zitten tijdens de clubavonden.


D
Docent: lesgever aan een hogeschool.
Doop: rituele overgang van niet-lid tot schacht via allerlei inventieve opdrachten.
Duikboot: een pint met een glaasje jenever ingedompeld.


E
Estafette: twee ploegen staan frontaal tegenover elkaar in twee rijen met evenveel personen. Nadat de praeses zijn pint leeg heeft begint de eerste in de rij te drinken, daarna de tweede,…

Ex-aequo: wanneer een Estafette op een gelijke stand eindigt heet dit een ex-aequo en dient de extafette opnieuw gedaan te worden.


F
Formaliteiten: beleefdheidsregel waarbij men bij het straf -of toedrinken de praeses en de corona gezondheid toewenst.
Feestleider: praesidiumlid verantwoordelijk voor alle festiviteiten.


G
Geelse: een pint leegdrinken met de mond volledig over het glas.
Geubelen: kotsen, spouwen, overgeven, brokken, braken.


H
Hamer: slagvoorwerp waarmee de praeses het woord tot zich neemt en commando’s geeft. Oorspronkelijk was dit een degen, later een knuppel en een hamer.
Heilige: drinkstraf bestaande uit een ad-fundum, een boula en een geelse.
Hodena: de tofste studentenclub van Mechelen (nu Katelijne) die in 1970 gesticht is.
Home: thuisbasis van Hodena waar iedereen altijd welkom is.


I
Io Vivat: traditioneel lied dat bij plechtige gelegenheden en als begroeting wordt gezongen.


J
Jenevervoetbal: voetbalspel gecombineerd met het drinken van jenever; dit eindigt meestal in een waar slagveld.


K
Kater: onaangename gesteldheid na een avondje doorzakken.
Kickeren: tafelvoetballen, sjotteren, populaire cafésport.
Kivela: pils met limonade.
Kneukels: studentikoos applaus (geven/krijgen), tijdens een clubavond of cantus wordt er niet geapplaudisseerd; als blijk van waardering wordt er met de kneukels op tafels geklopt of geroffeld.
Kot: studentenkamer (waar er ad libidum allerlei feestjes kunnen georganiseerd worden).
Krambambouli: Eén van de bekendste liederen in de studentencodex. Ondanks het hier gaat over "schuimend blond studentennat", is krambambouli echter geen bier. De oorspronkelijke Duitse versie van dit lied, die uit 102 strofen bestaat, heeft het wel juist; krambambouli is een soort stroperige fruitbrandewijn, die ter plaatse wordt bereid.


L
Lever: orgaan dat bij 80 % van de commilitones vroegtijdig moet vervangen worden.


M
Maes: Pis
Mazout: pils met cola.
Meurg: potdicht, pottoe, straal bezopen, perte total.
Monogram: dooreengevlochten letters bestaande uit V,C,F (vivat, crescat, floreat) en de beginletters van de kring of club. Een monogram komt voor op elk club- of kringschild.


O
Ontgroening: rituele overgang van schacht naar volwaardig lid van een club, waar de kennis van de persoon over de club getest wordt.


P
Palladium: stamkroeg van Hodena in Katelijne.
Pils: schuimend blond studentennat, laaggegist bier met een alcoholpercentage van rond de 5 %.
Pint: glas bier.
Practicum: labozitting, meestal verplicht aanwezig te zijn.
Praeses: voorzitter van de vereniging, de praeses of senior staat in voor het tucht- en stijlvol verloop van de activiteiten. Naar de praeses moet geluisterd worden, zijn wil is wet.
Praesidium: bestuur van de kring of club, leden van het praesidium dragen een breed lint met de kleuren van de kring over de rechter schouder.
Professor: lesgever aan een universiteit.
Pro-senior: gewezen praeses.


Q
Quaestor: praesidiumlid dat verantwoordelijk is voor de financiën en het beheer van de kas. In sommige verenigingen ook penningmeester genoemd.


R
Rodenbach Albrecht: drijvende kracht en mede-oprichter van de Vlaamse studentenbeweging, dichter, schrijver en componist van talloze studentenliederen. Ook een lekker bier uit Roeselare.
Rolling: boemelen, op kroegentocht gaan, als afsluiter van de cantus wordt dit gezegd zodat we naar de PD kunnen vertrekken.


S
Salamander: plechtige heildronk. De benaming en de ritus komen van de Duitse studenten, maar de Vlamingen hebben een eigen formulering gemaakt. Bij de salamander wordt het glas ad fundum gedronken nadat het op commando van allerlei "hoogten" werd geheven.
Schacht: gedoopte eerstejaars student, officieel lid van een club, staat onder hoede van de schachtenmeester of -temmer .
Senior: andere aanspreektitel voor praeses.
Silentium: stilte. Deze moet in acht genomen worden telkens de Praeses het vraagt, tijdens plechtigheden en bij het zingen van liederen.
Spocul: praesidiumlid dat verantwoordelijk is voor sport en cultuur.
Snooker: drinkstraf, bestaande uit zes Ad-Fundums met afwisselend koprollen.
Spaanse: met gestrekte arm een pint opdrinken.


T
Tempus: pauze waar er tijd is om te gaan wateren.
TD: studentenfuif, T.D. is afkorting van het Franse thé dansant, een danspartij die niet op het thee-uur maar 's avonds plaatsvindt en waarop zelden thee gedronken wordt.
Trissen: voor de tweede maal een studiejaar overdoen.
Tweede Zit: examenperiode in september.


V
Valven: informatieborden waar allerlei berichten worden uitgehangen.
Vat: vroeger houten, nu metalen ton waarin bier bewaard wordt alvorens het af te tappen (klein vat 30 liter, groot vat 50 liter).
Verbond: overkoepelend orgaan dat tot doel heeft de samenwerking tussen de verschillende clubs en kringen te controleren en te stimuleren.
Verbum: het woord. Door de woorden 'Peto Verbum' uit te spreken kan een commilito of schacht het woord vragen aan respectievelijk de Praeses of de Schachtenmeester.
Vice-Praeses: rechterhand van de praeses, mag de praeses vervangen als deze het bv met zijn zatte botten laat afweten.


W
Watervalleke: het ledigen van twee, in één hand en boven elkaar vastgehouden pinten waarbij de inhoud van de bovenste pint in de onderste loopt en de inhoud van de onderste pint in de mond loopt. Een spectaculaire variant (voor gevorderden) is de de ‘ spaanse waterval ’.
Werchters Bier: legendarisch studentenbier, Werchters bier is beter bekend onder de naam Jack-Op, sinds 1869 gebrouwen in Werchter. Tegenwoordig wordt het door Interbrew gebrouwen in de brouwerijen van Belle-Vue te Brussel.


Z
Zat: gevolg van te veel drinken.
Zielepoot: iemand die niet bij Hodena mag komen van mama of lief .